Kuilgras: aandachtspunten voor een optimale kwaliteit
De kwaliteit van kuilgras wordt bepaald door een reeks beslissingen, van het juiste maaimoment tot de wijze van afdekken en uitkuilen. Wie op elk van deze punten zorgvuldig te werk gaat, beperkt verliezen en haalt het maximale uit zijn ruwvoer.
Maaimoment en snijlengte
Maai het gras bij voorkeur voordat de aarvorming is begonnen, met een ruw eiwitgehalte van 16 tot 18 procent. Het ideale drogestofgehalte ligt tussen de 35 en 45 procent. Een snijlengte van 3 tot 5 centimeter is doorgaans optimaal. Bij droger gras kunt u iets korter snijden voor een betere verdichting in de kuil.
Weersomstandigheden
Houd bij de planning rekening met de weersvoorspelling. Regen tijdens het voordrogen leidt tot verliezen in voederwaarde. Snel en droog winnen levert een betere kuilkwaliteit op en beperkt conserveringsverliezen.
Snel inkuilen
Beperk de tijd tussen maaien en inkuilen zoveel mogelijk. Hoe sneller er luchtdicht wordt gewerkt, hoe beter het conserveringsproces verloopt en hoe kleiner de kans op ongewenste omzettingen in de kuil.
Verdichting
Een goede verdichting is een van de belangrijkste factoren voor een kwalitatief goede kuil. Door zuurstof zo volledig mogelijk te verdringen wordt broei voorkomen. Werk in lagen van maximaal 15 tot 20 centimeter en gebruik een zware trekker bij het aanrijden voor een optimale verdichting.
Kuiltoevoegmiddelen
Afhankelijk van het drogestofgehalte en de voederkwaliteit kan het zinvol zijn om toevoegmiddelen te gebruiken. Melkzuurbacteriën bevorderen de conservering, enzymen verhogen de benutting van het voer en zout of zuren worden ingezet bij risicokuilen, zowel bij natter als bij te droog materiaal.
Luchtdicht afsluiten
Zuurstof is de grootste vijand van een goede kuil. Dek de kuil strak af met plastic, waarbij een combinatie van grondfolie en topfolie aanbevolen wordt. Zorg voor een zware afdekking met grond, zandzakken of banden om kieren en luchtzakken te voorkomen.
Controle na inkuilen
Controleer de kuil na het inkuilen regelmatig op broei door te letten op warme plekken in het plastic. Herstel eventuele openingen direct en besteed extra aandacht aan de randen, waar de kans op luchtinslag het grootst is.
Uitkuilen
Houd tijdens het uitkuilen een strak en recht snijvlak aan om het contactoppervlak met lucht te beperken. Voer niet te langzaam uit: een minimale voersnelheid van 1 tot 1,5 meter per week voorkomt dat het snijvlak warm wordt en de kwaliteit van het ruwvoer achteruitgaat.