De haksellengte bij het inkuilen van maïs heeft direct invloed op de verdichting van de kuil, de structuurwaarde in het rantsoen en de zetmeelbenutting door het vee. Wie op de juiste haksellengte inspeelt en deze afstemt op het drogestofgehalte en de bedrijfssituatie, beperkt verliezen en haalt meer uit zijn ruwvoer.
Standaard haksellengte
Voor de meeste situaties geldt een haksellengte van 6 tot 10 millimeter als veilige en breed toepasbare standaard. Bij deze lengte is de verdichting in de kuil goed te realiseren, behoudt de koe voldoende structuur in het rantsoen en mengt het materiaal goed door het totaalrantsoen. Bovendien blijft het risico op broei en schimmelvorming beperkt.
Afstemmen op het drogestofgehalte
Het drogestofgehalte op het moment van oogst bepaalt mede de optimale haksellengte. Droge maïs met een drogestofgehalte boven de 35 procent vraagt om een kortere lengte van 6 tot 8 millimeter, omdat het materiaal dan beter te verdichten valt. Bij normale maïs tussen de 32 en 35 procent drogestof is een lengte van 7 tot 10 millimeter doorgaans passend. Natte maïs onder de 32 procent vraagt juist om een langere lengte van 10 tot 12 millimeter, om voldoende structuur te behouden en de voeropname te bevorderen.
Gebruik van de korrelkneuzer
Wanneer er met een korrelkneuzer of kernschredder wordt gewerkt, is een haksellengte van 7 tot 12 millimeter ideaal. De kneuzer maakt het materiaal al losser, waardoor iets langere deeltjes alsnog goed verteren. Belangrijk aandachtspunt is dat alle korrels volledig geopende worden: gesloten korrels passeren de pens vrijwel onverteerd en gaan verloren voor de zetmeelbenutting.
Verdichting
Een juiste haksellengte werkt alleen als de kuil ook daadwerkelijk goed verdicht wordt. Kuil het materiaal in lagen van maximaal 10 tot 20 centimeter in en rij continu aan met voldoende gewicht. Sluit de kuil direct na het inkuilen luchtdicht af om zuurstofinsluiting te voorkomen. Hoe beter de verdichting, hoe kleiner de kans op broei en kwaliteitsverlies.
Afstemming op het rantsoen
De gewenste haksellengte hangt ook af van de overige samenstelling van het rantsoen. Wanneer er relatief veel krachtvoer wordt verstrekt, is meer structuur in de maïskuil wenselijk en verdient de bovenkant van de bandbreedte de voorkeur, richting 10 tot 12 millimeter. Is er al veel gras in het rantsoen aanwezig, dan kan worden volstaan met een kortere lengte van 6 tot 8 millimeter.
Praktische veldtest
Een eenvoudige controle op het land geeft snel inzicht in de hakselkwaliteit. Neem een handvol gehakseld materiaal en beoordeel of er weinig hele stengeldelen aanwezig zijn, maximaal 5 tot 10 procent, of de korrels goed gekneusd en open zijn, en of de lengte gelijkmatig is. Een gelijkmatige haksellengte leidt tot consistenter kuilvoer en een stabielere opnemen door het vee.